Skip to content

Het nut van toekomstvoorspellingen

4 augustus 2016

In hoeverre kunnen wij de toekomst kennen? En dan bedoel ik niet je persoonlijke toekomst, waarin toevallige gebeurtenissen een grote rol kunnen spelen, maar ik bedoel de toekomst van de maatschappij in het algemeen. Ideeën over hoe de maatschappij er in de toekomst uit zal zien, worden over het algemeen gekenmerkt door twee dingen: bestaande tendensen worden doorgetrokken en echt nieuwe ontwikkelingen worden nooit voorzien.

 

 

Een voorbeeld van het eerste zien we in sciencefictionfilms waarin mensen zich verplaatsen in vliegende auto’s. Kennelijk is het idee erg aanlokkelijk dat na het lopen, de paard-en-wagen en de auto de volgende generatie zich wel vliegend moet voortbewegen. Dat idee was al te zien in een sciencefictionfilm uit 1930, die zich afspeelde in het jaar 1980. We hebben wel vliegtuigen, maar niet voor het dagelijks gebruik en dat komt er ook niet, gewoon omdat het niet praktisch is. De hoovercraft-auto die ons al meer dan een halve eeuw beloofd wordt, komt er ook niet, evenals de volautomatische stofzuiger die zonder bediend te worden als een robot het hele huis schoonzuigt.
Een voorbeeld van een echt nieuwe ontwikkeling is internet. Dit is de belangrijkste ontwikkeling van de afgelopen dertig jaar, toch werd het door niemand voorzien, zelfs niet door informaticagoeroes. Eind jaren tachtig kwam het alcoholvrije bier op de markt. Waarom hebben we dat nooit in een sciencefictionfilm gezien?
Het voorzien van de toekomst is dus een heikele zaak. Toch proberen we dat te doen en met goede redenen. Toekomstvoorspellingen zijn op drie gebieden nuttig. Allereerst op het gebied van beleid. Beleidsbeslissingen zijn gebaseerd op een toekomstverwachting. Het is dus belangrijk om die toekomst zo goed mogelijk in te schatten. Daarbij is het van belang om ook een idee te hebben van de mate van onzekerheid. Het tweede gebied waarop toekomstvoorspellingen nuttig kunnen zijn is de historische wetenschap. Geschiedkundigen beschrijven het verleden, niet de toekomst. Bij hun beschrijvingen leggen ze oorzakelijke verbanden. Maar als je iets beschrijft als oorzaak en gevolg, dan impliceer je daarmee min of meer dat het niet anders had kunnen lopen. Als je een juiste beschrijving van oorzaken en gevolgen hanteert, dan moet je daarmee de toekomst kunnen voorspellen. En andersom, als je toekomstvoorspelling niet blijkt uit te komen, dan waren de beschreven oorzakelijke verbanden niet juist. Zo bezien is de enige manier om de juistheid vast te stellen van geschiedkundige theorieën, het doen van voorspellingen op grond van die theorieën zonder de achterafkennis te gebruiken over hoe het gelopen is. Het derde gebied is de beschrijvende geschiedenis zelf. Ideeën over de toekomst bepalen voor een deel de tijdgeest. In de beschrijving van die tijdgeest horen die ideeën ook voor te komen. In de jaren tachtig waren veel mensen bang voor een kernoorlog. Achteraf weten we dat dat niet gebeurd is en die achterafkennis kleurt ons beeld van die tijd. Om te weten hoe het echt was om in die jaren te leven, moet je je niet alleen verdiepen in de kennis van toen, maar ook in wat de mensen toen niet wisten. Zo kunnen juist toekomstverwachtingen een beeld geven van de tijdgeest waarin ze geschreven zijn.

De geschiedenis wordt bepaald door structurele en door toevallige oorzaken. Structurele oorzaken zijn de omstandigheden in het tijdperk waarin iets plaatsvindt. Hieronder vallen allerlei omstandigheden: de sociale en culture situatie, maatschappelijke opvattingen, technische mogelijkheden enzovoort. Toevallige oorzaken zijn dingen die in dat tijdsgewricht net zo goed niet hadden kunnen gebeuren. Structurele oorzaken laten zich in principe voorspellen, toevallige niet. De moord op de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Franz Ferdinand wordt algemeen aanvaard als de directe aanleiding tot de eerste wereldoorlog. Dit was zo’n toevallige oorzaak. Let wel, het was de directe aanleiding. Zou W.O. I er niet zijn geweest als deze moordaanslag mislukt was? Of zou W.O. I dan uitgebroken zijn als gevolg van een andere aanleiding?
Veelal verloopt de geschiedenis autonoom, als gevolg van grote structuren die deel uitmaken van een tijdperk en slechts langzaam veranderen. Maar er zijn tijdstippen, korte perioden, dat de geschiedenis zich op een divergentiepunt bevindt. Een divergentiepunt is een moment dat de geschiedenis net zo goed de andere kant op had kunnen gaan, bijvoorbeeld door het toedoen van een invloedrijk persoon, door toevalligheden, of door een onvoorziene samenloop van omstandigheden. Duitsland had er in 1914 net zo goed voor kunnen kiezen om wel door Nederland te trekken, dan was Nederland ook in W.O. I betrokken. Hier hebben we een alternatief scenario dat geloofwaardig is en waarschijnlijk verstrekkende gevolgen zou hebben gehad.
Als de geschiedenis zich voltrekt volgens grote structuren en processen, dan betekent dat dat individuen daar slechts een beperkte invloed op kunnen uitoefenen. De grote-mannentheorie kan dan niet kloppen, behalve op de momenten van een divergentiepunt. De theorie van de divergentiepunten maakt aannemelijk dat grote mannen het grootste deel van de tijd weinig of geen invloed, maar op bepaalde momenten hebben ze dat wel.
Kunnen bepaalde bijzonder machtige personen in staat te zijn om in weerwil van de bestaande structuren en zonder een aanwijsbaar divergentiepunt de loop van de geschiedenis beïnvloeden? Of is dat een illusie? Zouden de processen die de geschiedenis bepalen, zo’n sleutelfiguur als het ware oproepen? Stel dat Hitler er niet geweest was, had dan iemand anders die rol gespeeld? Dat is de vraag. En die vraag is met theorieën te beantwoorden. Als we van te voren een theorie hadden gehad, die de rol van Hitler voorspeld had, dan hadden we een sterk argument gehad voor de stelling dat die uitkomst van de geschiedenis onvermijdelijk was. Isaac Asimov beschreef in zijn sciencefictiontrilogie ‘Foundation’ een wetenschap, die deze voorspellende waarde heeft. Hij noemde dit de psychohistorie.

De beschrijving van de geschiedenis zoals die heeft plaatsgevonden is factual history. Historici leggen daarbij achteraf oorzakelijke verbanden. Het leggen van oorzakelijke verbanden betekent twee dingen. Ten eerste dat de feitelijke geschiedenis onvermijdelijk volgde op de genoemde oorzaken. Ten tweede dat, als een bepaalde oorzaak er niet geweest was, de geschiedenis anders was verlopen.
Historici houden zich niet graag bezig met speculaties over hoe het ook had kunnen verlopen. Toch kan dat nuttig zijn. Zo kan het bedenken van alternatieve scenario’s helpen bij het evalueren van de theorieën. We zitten dan op het terrein van de counterfactual history. Counterfactuals zijn alternatieve geschiedenissen, hoe het ook had kunnen lopen. Sommige mensen zullen dat als zinloos nakaarten beschouwen, maar counterfactuals zijn weldegelijk nuttig. Een goede counterfactual gaat uit van een realistisch divergentiepunt, dat op basis van de historische omstandigheden consistent wordt uitgewerkt. Dat geeft inzicht in de houdbaarheid van een theorie en het geeft inzicht in welke alternatieve historische ontwikkelingen wel realistisch zijn en welke niet. Het kan ook zijn dat je dan tot de conclusie komt dat jouw alternatieve geschiedenis niet wezenlijk afwijkt van de feitelijke geschiedenis.

Counterfactual history mag dan nuttig zijn, maar een echte toets van theoriën en modellen over de loop van de geschiedenis verkrijg je met het uitwerken van toekomstscenario’s. Een theorie wint aan kracht als hij correcte voorspellingen doet die op het moment dat de theorie opgesteld wordt, nog niet bekend zijn. Een voorbeeld uit de natuurkunde is de theorie van Einstein die bepaalde voorspellingen deed over de afbuiging van licht onder invloed van zwaartekracht. Pas later, bij de zonsverduistering van 1919, konden die voorspellingen geverifiëerd worden en bleken toen te kloppen.
Historici leggen achteraf oorzakelijke verbanden, dat is vanuit theoretisch oogpunt weinig overtuigend. Achteraf kun je niet vaststellen of de genoemde oorzaken de juiste en de enige waren. Het moet mogelijk zijn om theorieën op te stellen die correcte voorspellingen doen. Het kan daarbij best zo zijn dat de theorie aangeeft dat een bepaalde tendens niet altijd zal blijven, maar na een aantal jaren zal afbuigen. Zo vertoont de economie golfbewegingen, waarbij er iedere dertig jaar een crisis optreedt. (1900, 1929, 1987, 2008. Opvallend in dit rijtje is dat er één crisis te weinig is geweest.) Twee grote problemen doen zich bij het opstellen van zulke theorieën voor. Probleem één is dat echt nieuwe ontwikkelingen nooit voorzien worden. Dat is een interessante uitdaging. Probleem twee is het optreden van onvoorziene gebeurtenissen. Deze problemen zijn niet allesoverheersend, want ze betekenen niet per se dat je voorspellingen niet uitkomen. We hadden in 1990 niet het internet voorspeld, we konden niet voorzien hoe de wereld er nu uit zou zien, maar als je toen voorspeld had dat er iedere dertig jaar een economische crisis zou optreden, had je het bij het rechte eind gehad. Een toekomstvisie hoeft dus niet volledig te zijn om juist te zijn.
De divergentiepunten zijn misschien nog wel lastiger. Als we zelfs achteraf al zeggen dat het toen net zo goed anders had kunnen lopen, dan kunnen we vooraf zeker geen gefundeerde voorspelling doen. Maar wat in principe wel moet kunnen, is het voorspellen van de divergentiepunten zelf. Dat betekent dat de theorie voorspelt dat er op enig moment zo’n punt komt, waarop de geschiedenis als het ware een keuze maakt. De theorie zou dan ook kunnen voorspellen welke scenario’s er wel en niet mogelijk zijn. Na zo’n divergentiepunt volgt de geschiedenis dan weer een tijdlang zijn onvermijdelijke loop.

Goede historische theorieën en modellen moeten voorspellingen voor de toekomst doen. Ze moeten daarbij aangeven hoe groot de onzekerheidsmarges zijn, bijvoorbeeld in verband met onvoorziene gebeurtenissen. Ook moeten ze divergentiepunten voorspellen, momenten waarop er meerdere scenario’s mogelijk zijn, en ze moeten de factoren in kaart brengen die dan van invloed zijn en de kansen op de verschillende scenario’s. Een uitdaging, maar de toekomst van de geschiedenis ligt voor een groot deel vast, dus het moet kunnen.

Advertenties

From → Wetenschap

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: