Skip to content

Representaties volgens de argumententheorie

29 november 2015

Mensen en dieren hebben een representatie van de wereld in hun hoofd. In hun geheugen dus. Waarom ze dat hebben is duidelijk. Dat is omdat ze dat nodig hebben om in hun omgeving te kunnen overleven.

We stellen ons representaties voor als een soort plattegrond, maar dat is een onjuiste voorstelling van zaken. Sommige mensen kunnen wel de weg vinden, maar slecht kaartlezen. Op kaarten lijken de bochten altijd veel minder scherp dan in het landschap. Afstanden lijken op een kaart ook anders dan in het echt. Er zijn dus tal van verschillen.

 

 

Hoe “zien” representaties er dan “uit”? Ik denk dat de sleutel voor de oplossing van het vraagstuk ligt in gedrag. In mijn stukje ‘Geheugen’ heb ik betoogd dat de inhoud van het geheugen bestaat uit gedrag. Representaties bestaan in het geheugen en in dit artikel wil ik de idee van geheugen-als-gedrag toepassen op representaties.

 

Stel ik loop langs een blauwe (indigo) muur. Aan het einde van de muur sla ik linksaf, het is een hoek van 90°. Om de hoek is de muur rood. Aan het einde van de rode muur sla ik weer linksaf, weer een hoek van 90°. Dan loop ik langs een oranje muur. Aan het einde daarvan sla ik linksaf, weer een hoek van 90°. Dan loop ik langs een gele muur. Aan het einde daarvan kan ik linksaf slaan. Wat zal ik om de hoek zien?

Op grond van de representatie die je al lopende hebt opgebouwd verwacht je daar de blauwe muur weer te zien. Het kan ook zijn dat je zo in beslag werd genomen door andere activiteiten, dat je helemaal niets verwacht en dat je daardoor niet verrast zou zijn als de blauwe muur ineens groen was. Essentiëel in je representatie is het feit dat alle hoeken 90° zijn en dat de muren verder recht waren. Muren kunnen ook andere hoeken maken, zodat je pas na vijf hoeken weer op je uitgangspunt terug bent, maar bij hoeken van 90° ben je gegarandeerd na vier hoeken weer aan het begin.

Stel dat ik een computergame bouw waarin dat anders is. Ik sla de hoeken om, ik zie dat de hoeken recht zijn, ik verwacht dus dat ik na de gele muur de blauwe weer krijg, maar ik moet eerst nog langs een groene muur en dan pas kom ik bij de blauwe. Dus in het universum van de computergame moet ik vijf haakse hoeken om voor ik op mijn uitgangspunt terug ben. Dat is makkelijk te programmeren. Je kunt het tegenstrijdig of onlogisch vinden, maar het kan wel. Misschien zou je denken dat er een fout in het computerprogramma zit, maar ik heb het er expres ingestopt. Zou je zo’n spel kunnen spelen? Ik denk het wel, je zou er zo aan gewend zijn. Je zou dan virtueel rondlopen in een wereld waarin je pas na vijf hoeken rond bent. Je zou dan een representatie van die virtuele wereld in je hoofd hebben. Die representatie kun je niet afbeelden als een foto of een landkaart. Die representatie zit in je hoofd als achtereenvolgende gedragingen. Je kunt de representatie in gedachten oproepen door je de gedragingen voor te stellen: als ik langs de blauwe muur loop, linksaf sla, doorloop ik alle kleuren van de regenboog rood, oranje, geel, groen, blauw.

 

Dit gedachtenexperiment van de computergame illustreert mijn idee dat een representatie van de wereld niet als een plattegrond in het geheugen zit, maar als een serie gedragingen. In bijgaande afbeeldingen heb ik die wereld gecreëerd. Het zijn stratenblokken, waarbij ieder blok vijf kanten heeft, als je linksom loopt met de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw.

blauw-blauw

Eerst loop je door een blauwe straat. Alle blokken zijn hetzelfde. Aan de zijstraten zie je dat blauw vooraf gaat aan rood en dat groen vooraf gaat aan blauw (bij linksom lopen). Je slaat linksaf.

rood-groen

Je hebt links een rode muur, rechts een groene. Eén stratenblok verder is links groen en rechts rood. Zowel links als rechts zie je een afwisseling van rood en groen in een oneindig vergezicht. Aan de zijstraten zie je dat bij linksom lopen rood vooraf gaat aan oranje en dat geel vooraf gaat aan groen. Je slaat links af.

oranje-geel

De muren links zijn afwisselend oranje en geel in een oneindig vergezicht. De muren rechts zijn afwisselend geel en oranje. De zijstraten zijn ook oranje of geel. Je slaat linksaf.

geel-oranje

De muren links zijn afwisselend geel en oranje en de muren rechts zijn afwisselend oranje en geel. De zijstraten zijn rood of groen. Je kleuren die je nu ziet zijn hetzelfde als wanneer je in de vorige straat (oranje-geel) achterom had gekeken.

groen-rood

De muren links zijn groen-rood en de muren rechts rood-groen. De zijstraten hebben allemaal dezelfde kleur: blauw. Blauw gaat vooraf aan rood en groen gaat vooraf aan blauw. Je slaat linksaf en bent terug op je startpunt.

Het lijkt een vreemde wereld, probeer hem maar eens als plattegrond te tekenen. Volgens de Euclidische meetkunde kan hij niet bestaan, maar het is wel een consistente wereld. In het echt kan deze wereld van vijfhoekige straatblokken niet bestaan, maar in je hoofd wel.

Terug naar overzicht Argumententheorie

Advertenties

From → Wetenschap

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: